0
Posted by Katrien in Concerten
 
 

Afghan Whigs @ Koninklijk Circus

Komt Greg Dulli naar België, dan probeer ik erbij te zijn. En ik heb niet de indruk dat ik de enige ben. Het concert van The Afghan Whigs in het Koninklijk Circus was dan ook op een half uur uitverkocht. Niet slecht voor een groep die in 2001 gesplit is.

In 1999 was er de laatste doortocht van de groep in de AB en ondergetekende is oud genoeg om daarbij geweest te zijn. Sweet sweet memories. Ondertussen zijn we 13 jaar verder. Bij de meeste mensen resulteert dat in extra lichaamsgewicht en verminderde scherpheid. Greg Dulli is ondertussen ook al niet meer piep met zijn 47 lentes. Maar sinds ik hem in maart vorig jaar zag met zijn Twilight Singers heeft de man een metamorfose ondergaan, met 20 kilo minder ziet hij er weer uit zoals tijdens de hoogdagen van de Whigs in de jaren ’90.  Ik weet niet wat het is, enkel het gewicht of ook het feit dat hij geen fles whisky meer drinkt per concert, maar het is vrij indrukwekkend. Wel vond ik hem minder spraakzaam. Niet dat hij niks zei of nors was, maar het gevoel dat ik vroeger soms had waarbij Dulli gedrenkt in whisky zijn publiek meenam op een trip had ik nu minder.

Er werd afgetrapt met Crime Scene Part One, dat degelijk werd gespeeld maar nog geen potten brak. Ook Uptown Again en old time favourite What Jail is Like klonken goed, strak, maar misschien ook een tikje routineus. Dulli en de zijnen, aangevuld met enkele sessiemuzikanten leken niet echt met elkaar te interageren op het podium. Erger was de armzalige geluidsmix. Op de eerste rijen was enkel gitaar te horen. Amper zang, amper andere instrumenten en vooral veel gefluit in de eigen oren. En ok, Dulli zijn gitaarspel is indrukwekkend en de songs zijn zo straf dat zelfs in die omstandigheden het concert een feest was, maar het was ook ontzettend frustrerend omdat het zo veel beter had kunnen en moeten zijn. Gaandeweg was er wel iets verbetering, maar niet veel.

De groep kwam stilaan op dreef. Met Going to town ging het dak er voor de eerste keer af en eigenlijk was het van dan af een lange trip (nogmaals, als je je over het abominabele geluid kon zetten). Gentlemen, Crazy, Somethoing hot, het viel op hoe de songs er zoveel jaar later nog steeds staan als een huis en voor geen meter gedateerd zijn. En het publiek, dat droeg Dulli op handen, tot op de laatste rij.

Tijdens See and don’t see zagen we weer iets van de relaxe volksmenner terug verschijnen toen Dulli over het podium struinde op zijn allersexiest en zijn gezelschap voor later op de avond leek te kiezen uit de meisjes op het balkon. Een rustpunt in de set, ook toen Dulli even achter de toetsen kroop. Om daarna pletwals Debonair op de al over zijn toeren gaande zaal los te laten. En vanaf toen kon Dulli niks meer verkeerd doen. Het bloedmooie Faded sloot het eerste deel van de set af.

Maar uiteraard werd de groep snel teruggeroepen voor een hele reeks bissen. Ondertussen was ik verkast naar het achterste stuk van de zaal waar het geluid helaas nauwelijks beter was. Op naar de zeteltjes langs de kant, wat nog de beste plek leek. We kregen nog Come See About Me, Fountain and Fairfax, Miles Iz Ded, een nummer waar in ’99 meermaals luid werd om geroepen en de groep toen koppig weigerde te spleen en tot slot Into the Floor.

Ik zag een goed concert. Denk ik. Want het geluid was zoals gezegd zo’n ramp dat je als publiek niet echt zeker kon zijn van wat je hoorde. Dulli en de zijnen stonden letterlijk en figuurlijk scherp, maar ik miste iets van de oude bezieling, van het publiekelijk bezweren van de oude demonen. Al had ik het gevoel dat de rest van het publiek dat allemaal geen moer kon schelen want de collectieve euforie nam nooit af. Een goed optreden, maar niet de onvergetelijke avond die ik had verwacht. Voor al wie er niet bij kon zijn is er op Pukkelpop trouwens een herkansing. En Dulli en Pukkelpop gaan goed samen. Be there, it’s gonna be magic.


Katrien