1
Posted by Katrien in Festivals
 
 

Arcade Fire, The National en meer lekkers op Main Square Festival

Rock Torhout is herrezen. 100km ten zuiden van Torhout vind je het Main Square Festival van Arras. Drie dagen, twee podia, dezelfde groepen als op Rock Werchter voor minder geld. Meer sfeer, minder fuss en een publiek waar de tieners en dronken Nederlanders/Britten plaats hebben geruimd voor de muziekliefhebber. A little bit of heaven on earth.

Het was mijn eerste keer Main Square, maar wat mij betreft volgend jaar weer. Op minder dan anderhalf uur rijden van Gent, geen gedoe met dure parkings, gewoon parkeren op een van de zeven gratis parkings op wandelafstand van het festival of gewoon een plekje zoeken op straat, parkeerplaats zat en voor de minder sportieve medemens rijdt er tot ’s nachts een gratis pendelbusje naar de parkings en het station.

Zelf ging ik enkel de tweede dag, 2 juli. Triggerfinger helaas gemist. Het Britse Everything Everything kon niet overtuigen, dan maar naar Yodelice, een voor de gelegenheid zwart geschminkte Franse singersongwriter die bluesy rockend een prima tegengewicht bood voor het testosteronloze Everything Everything maar de aandacht ook weer niet erg lang kon vasthouden. Tijd voor een verkenning van het festivalterrein dus. Het drinken leek aan 3€ al even duur als op Werchter, tot we ontdekten dat het om halve liters ging. Ook aan leuke eetkraampjes geen gebrek, al moet je er de geur van gesmolten Franse geitenkaas wel bijnemen…

Aloe Blacc

Ik kwam in een opstopping in de nauwe gang tussen de twee podia terecht toen ik van het hoofdpodium naar het kleinere Green Room podium wilde voor Aloe Blacc. Buiten zijn dollar hitje ken ik niet veel van de man zijn werk, maar ik had absoluut geen zin in de triestige heruitgevonden new wave van White Lies en Blacc gaf een stomende show met geweldig swingende livemuzikanten. Ik ben op zich geen soulfan, maar bij Aloe Blacc spat het vakmanschap en het spelplezier gewoon van het podium af en als het goed is, is het goed.

Fleet Foxes

En dan was het eindelijk aan de eerste groep waarvoor ik was gekomen. Ik ontdekte Fleet Foxes op Werchter 2009. De rustige luisterliedjes, de goddelijke samenzang, de rust tussen het rockgeweld konden me toen direct overtuigen. Ook nu weer een concert om van voor tot eind van te genieten. Niet het soort show dat je omver blaast door zijn dynamiek of meezingers, al bleken Mykonos en White Winter Hymnal duidelijk publieksfavorieten. Voor de rest gewoon genieten van deze rustige jongens en hun tijdloze muziek.

Omdat ik niet wou riskeren weer vast te zitten tussen de twee podia skipte ik de laatste minuten Fleet Foxes om al een goed plekje te zoeken voor The National. Zonder enig probleem raakte ik nog vrij vooraan, wat een verademing…

The National

Het was mijn ondertussen vierde keer The National live en ik ben elke keer weer zwaar onder de indruk van Matt Berninger en de zijnen. Berninger zelf sprak vanavond echter geen woord, zeer vreemd. Misschien omdat hij in tegenstelling tot een van de Dessner broertjes (jullie moeten het me vergeven dat ik die twee niet uit elkaar kan houden) geen vloeiend Frans spreekt? Wat Berninger wel deed, was naar goede gewoonte een sloot wijn achterover slaan (wat doet een mens anders in Frankrijk natuurlijk) en een uitgebreide wandeling maken door het publiek, tot grote bezorgdheid van de security.

We hoorden verder een oerdegelijke set, met Bloodbuzz Ohio vrij vooraan en de gewoonlijke pareltjes; Slow Show, Fake Empire (meezingmoment), Abel, Secret Meeting, Terrible Love, Conversation 16,… De twee blazers brachten zoals gewoonlijk live heerlijke accenten in de muziek en de drums zaten voor een keer zo subtiel in de geluidsmix als ze horen te zijn.

Kers op de al behoorlijk indrukwekkende taart was dat Richard Reed Parry van Arcade Fire niet enkel op cd maar ook live tijdens twee nummers kan meedoen en dat Arcade Fire zanger annex god Win Butler het nummer Start a War wat bijkleurde, waarbij het publiek half door het dolle heen was van enthousiasme. En waarna Berninger het zich verwaardigde om toch eens iets te zeggen en Butler afkondigde als zijn goede vriend Mike Patton…

Arcade Fire

En net als je denkt dat het na zo’n optreden niet beter meer kan is daar Arcade Fire. Ik had ze nog nooit live gezien (waarom slaan die mannen en vrouwen België zo graag over als ze touren vraagt een mens zich af) en zat met enorm hooggespannen verwachtingen die dan nog eens volledig werden ingelost.

De groep startte met een splinterbom; Ready to Start, Keep the Car Running en No Cars Go als eerste drie nummers. Vanaf de eerste noot had het ondertussen dicht op elkaar gepakte binnenplein van de citadel van Arras (wat een locatie trouwens, zonsondergang boven een klein kerkje)  collectief zijn ziel verkocht aan Arcade Fire. Vergeet Radiohead, vergeet zeker Coldplay, als er 1 groep in aanmerking komt voor de titel het beste wat de jaren 2000 te bieden hebben op dit moment, dan is het dit bonte gezelschap. Met een massa volk stonden ze op het podium, constant van instrument wisselend, de gekste instrumenten eerst trouwens en toch klonk het strakker dan op cd. Of hoe een groep de definitie van eclectisme kan zijn en zowel organisch als retestrak klinken. Al moet je als fan natuurlijk wel tegen een beetje bombast kunnen.

Na enkele nummers moest een van de groepsleden Ruben Block van Triggerfinger trouwens vriendelijk verzoeken op te krassen want die stond in al zijn enthousiasme al half op het podium te grijnzen. Je kan het de man moeilijk kwalijk nemen.

Knap ook de visuals op de schermen achter de groep, een gigantisch orgel tijdens Intervention, vurige letters op perkament tijdens I Used To Wait, stukjes oude film,… Ook dat stukje klopte van begin tot eind.

Nog een voordeel aan Arras, in plaats van een uur soundcheck en 50 minuten concert zijn er korte wachttijden en optredens van 1u15 van The National en maar liefst 1u30 van Arcade Fire (en het had nog veel langer mogen duren).

auteur: Katrien


Katrien