0
Posted by Stephanie in Festivals
 
 

Pukemarock zaterdag 17 september

De tweede festivaldag startte met de punkrock van Until Broadway. Uit het einde van de set dat ik meepikte, kan ik opmaken dat de band wel strak speelde. Ze deden ietwat denken aan Simple Plan. De muziek was echter wat eenvoudig – ik zou het woord puberaal in de mond durven nemen – en zo bleek ook uit het publiek dat opgedaagd werd.

Het mag gezegd: Pukemarock zorgt voor voldoende variatie in zijn programmering. Na een portie punk, was er plaats voor Undefined met hun hiphop. Ze brachten een erg dynamische set. De frontman kan zowel weg met rap als met zang en dat kan niet van elke rapper gezegd worden. De band deed zijn best om interactief met het publiek om te gaan. Hij deed iedereen op zijn hurkje zitten en bij de apotheose van het nummer opspringen. Op het einde ging de zanger af om wat later op de voorste rij in het publiek mee de band te gaan aanmoedigen. Grootste opmerking bij dit optreden is dat de gitaar in de geluidsmix verloren leek te gaan.

De jongelingen van School is Cool waren de eersten die de zaal serieus konden doen vollopen. Met hun energie vulden ze het hele
podium. Het speelplezier spatte er vanaf. Bovendien werd er duchtig heen en weer gelopen en instrumentenwissels doorgevoerd wat betreft percussie, piano en xylofoon. De twee drumstellen zorgden voor vette live-beats. Opmerking: hun meer dance-geïnspireerde nummers klinken minder vertrouwd dan de stijl van de nummers die de playlist(s) van Studio Brussel haalden.

Customs brachten een leuke set. De band staat iets statischer op het podium (zeker vergeleken met  de rondspringende meute van School is Cool. Maar dat past ook bij hun imago, Netjes in kostuum, zoals we van hen gewend zijn. De grootste kippevelmomenten worden veroorzaakt door  (drie- of vierstemmige) vocale harmonieën. Aartsmoeilijk om live te brengen, maar Customs komt er wonderwel mee weg. Puntje van ergernis waren de langgerekte s-klanken in We are Ghosts.

Na een gezonde portie Belgische rock, tijd voor Nederlandse rap met The Opposites. Na Broodje Bakpao scoorden ze hits met nummers als Licht uit. Tijd voor een feestje dus. Nederlandstalige rap heeft voor mij altijd vreemd in de oren geklonken, maar de ondertussen goed volgelopen tent had er zin in. De dansbare muziek van dit duo uit de Lage Landen kreeg er de sfeer in. Ze deden ook hun best om met hun publiek te interageren, onder meer door een Wall of Death op poten te zetten. – Moest u dit niet kennen: het publiek gaat in het midden uiteen en loopt op een afgesproken teken/moment op mekaar in – Deze truk werkte echter niet zo goed. Verder in de trukendoos zat het (ondertussen wat cliché) “zaallichten uit, gsm-lichtjes bovenhalen”.

Na een Nederlandse “interventie” terug naar Belgische muziek, want daar is dit festival nog steeds hoofdzakelijk uit samengesteld. De laatste plaat van Milow werd met gemengde gevoelens onthaald (lees de recensie hier), maar live blijft Jonathan Vandenbroeck heel sterk. In de paar jaar tijd tussen het vorige optreden dat ik zag, is hij als performer duidelijk gegroeid. Wel deed hij het truukje met de gsm-lichten van The Opposites over. Verder zaten er wat onzuivere stukken in de strofes van de laatste single, Little in the Middle. Vreemd punt in de opbouw van de setlist was het naeen spelen van Dreamers & Renegades en You Don’t Know (grootste hit van de tweede, resp. de eerste langspeler). Intro van You Don’t Know werd wel mooi uitgesponnen op een klassieke gitaar. Verder gespeelde Jonathan het publiek door kleine twists te geven aan de teksten. Ayo Technology werd besloten met een “I need you right in front, but especially on top of me”. Voor de festivalgangers had Milow nog een extra strofe van You and Me (In My Pocket) op zak. “I really wish that you were cooler. Not just cool, but really cold. So I could put you in my freezer and bring you back to life when I’m old.

Opnieuw variatie in de aan bod komende muziekstijlen met The Levellers. Deze Britten brengen folkrock. De band bestaat al sinds 1988, maar klinkt nog bij lange niet roestig. Ze brachten een gevarieerde set zonder echte minpunten. Het publiek leek de opzwepende folkklanken te appreciëren.

Aan het einde van het optreden van The Levellers veranderde het publiek op de voorste rijen (mag ik het een generatiewissel noemen?) van veertigers naar een overgrote meerderheid tieners en twintigers. Het drietal van Triggerfinger heeft een zotte festivalzomer achter de rug. Dit was hun laatste optreden op Vlaamse bodem voor dit jaar (ze spelen nog twee keer in Wallonië in november). Triggerfinger speelde beter dan op het Cactusfestival in Brugge eerder deze zomer. Dat was grotendeels te danken aan een andere (langere) setlist met dit keer wel Let it Ride. Tijdens dat nummer speelde Ruben Block zelfs een snaar kapot. Maar daaruit blijkt ook weer de professionaliteit van deze mannen. Hij speelde het refrein verder op 5 snaren en wisselde tijdens het zingen van de volgende strofe van gitaar. Ook drummer Mario Goossens was in form. Zoals elk optreden kreeg het publiek weer een fantastische drumsolo cadeau. Een uitzinnige menigte bevestigde het vermoeden: Triggerfinger is zowat publiekslieveling geworden van de Belgische festivalgangers. En voor de dames: Ruben Block is gewoon een beest op het podium. (Mother Love Music interviewde Triggerfinger onlangs. Lees het hier)

Afsluiten werd gedaan met een DJ-set van Sister Bliss. Als deze naam u niets zegt, gaat er bij het horen van de naam Faithless misschien wel een belletje rinkelen. Maar nu gaat ze dus ook solo draaien. De set begon een beetje langdradig, bleef iets te veel op hetzelfde ritme hangen, maar schoot daarna uit de startblokken. De set omvatte wel een aantal clichéplaten, zoals Sweet Dreams, maar ook nieuwere nummers zoals Adele’s Set Fire to the Rain. Sister Bliss leek er zelf plezier in te hebben en dat straalde af op de volle tent, die nog zin had in een feestje en ongetwijfeld nog een paar uren gedanst heeft.

~~Stephanie


Stephanie