0
Posted by Julie Herreman in Interviews
 
 

Interview Biezen: “Muziek kwam altijd op de eerste plaats en die staat er nu nog steeds.”

Uit de assen van Gorki herrezen: de voormalige bassist Erik Van Biesen heeft voor het solopad gekozen en kan na een lange dracht eindelijk zijn plaat The Birds Return ter wereld brengen. Met de voorstelling van de cd in Charlatan in Gent is de kop er af voor Biezen. “Dat is een beetje zoals toeleven naar de laatste weken van een zwangerschap. Er komt veel bij kijken en alles moet wijken maar daarna volgt eindelijk de ontploffing”.

biezenProficiat met je nieuwe plaat! Je hebt met je nieuwe nummers al een aantal keer opgetreden voor je de studio indook. Vaak gebeurt het omgekeerd. Vanwaar die keuze?

Biezen: “Het proces is wat veranderd. Het is een constante werking tussen nummers maken en opnemen, een echt groeiproces waarin toch wel wat mensen in- en uitstapten. Er bestaan intussen 3 of 4 versies van de single “Hanging in” en met een paar nummers heb ik al eens akoestisch opgetreden. Vroeger werd vaak gezegd dat je je plaat altijd eerst eens live moet gespeeld hebben omdat de nummers dan meer leven tijdens het opnemen achteraf. Ergens klopt dat wel, maar bij mij was dat nog een stuk meer omdat ik op voorhand wel goed wist wat ik wou. De plaat heeft zijn tijd nodig gehad om te groeien maar nu moet het echt naar buiten gebracht worden. Ik heb daar ook ongelofelijk veel goesting in. Ik voel me terug goed met wat ik doe, ik doe het opnieuw graag en eindelijk is die cd er. Dat is een beetje zoals toeleven naar de laatste weken van een zwangerschap. Er komt veel bij kijken en alles moet wijken maar daarna volgt eindelijk de ontploffing (lacht)!”

Vanwaar de keuze voor een Engelstalige plaat?

Biezen: “Het is best mogelijk dat we de Engelse taal niet 100% beheersen maar je bereikt er veel meer mensen mee. Het is een omgangstaal geworden in de digitale wereld, in de entertainmentwereld en zelfs op scholen gebruiken ze heel wat Engelstalige woorden in het Nederlands. Ik heb me toen afgevraagd of ik mezelf ging blijven beperken zoals we een beetje met Gorki deden. We waren wereldberoemd in een provincietje, nu ja, Vlaanderen. Maar dat kwam vooral omdat Luc een oer-Vlaamse jongen was. Zelfs in Nederland hadden we soms moeite om verstaanbaar te zijn. Nu wil ik net zo veel mogelijk mensen bereiken. Ik denk niet dat er 500 km verder volledig ander volk woont. Het zijn ook mensen met dezelfde gevoelens en problemen.”

Er zijn ook wel wat oosterse klanken te horen op de plaat, vanwaar die ingeving?

Biezen: “In dat proces ben je afhankelijk van de mensen waarmee je speelt. In het begin was ik natuurlijk heel blij dat Bert Huysentruyt meedeed. We waren potverdikke één van de strafste ritmesecties van Vlaanderen! Gorki was een liveband met een specifieke sound, met een ritmesectie waar ik samen met hem in fungeerde. Dus dat was goed om mee te vertrekken, je hebt met die persoon al een fundament. 14 dagen voor we de plaat gingen opnemen besliste hij dan toch om te stoppen. Dat is een serieuze slag geweest, maar de producer vond dat net een voordeel omdat we op die manier de plaat iets meer naar de stem konden toetrekken en het muzikaal minder stadionrockachtig konden laten klinken. Plots kwam Alex (Krispin, producer n.v.d.r.) dan af met die Indische tabla-boxjes. “Biezen! I got it! This is your record!” En het bleek effectief te werken. Het mocht voor mij ook echt niet digitaal overkomen. Ik wou geen keyboarddingetjes en geluidjes. Dus daarom komen sommige klanken uit kleinere instrumentjes, wat het op zich al unieker maakt. Uiteindelijk heeft het allemaal 3 maanden langer geduurd dan voorzien. Rock ‘n’ Roll, da’s wachten, hé. Altijd wachten (lacht).”

Geniet je van het direct contact met het publiek?

Biezen: “Ja, want ik geef ook les en dan ben je constant bezig met mensen. Gorki was ook niet het enige waar ik mij muzikaal mee bezighield. Ik deed ook nog veel voor Teater Exces, wedstrijden en jongere bandjes. Ik ga nu niet zitten verkondigen dat ik bij het eerste optreden niet met een heel klein hartje op het podium stond. Maar wat we met Gorki deden op de Gentse Feesten, dat was iets anders. Dat was voor de grote massa. Nu doe ik veel meer wat ik zelf wil.”

Dus Gorki, da’s afgesloten?

Biezen: “Je moet je goed voelen met wat je doet. Ik kan dan maar beter 100% mijn richting inslaan dan hervallen in dat nationaal Vlaams zangfeest, zal ik maar zeggen, hetgeen we altijd hebben gedaan. Dat hoeft voor mij niet meer. Het wordt allemaal veel rustiger en ik kan mijn eigen ding doen bij de mensen. Maar zeg nooit nooit. Ik wil dat gerust nog wel eens doen, hé! Maar ik voel het zo niet meer.”

Je eerste optredens werden goed onthaald in de pers. In hoeverre ben je bezig met wat de mensen ervan vinden?

Biezen: “Natuurlijk ben je bezig met wat de mensen ervan vinden. Maar het zit dan vooral in de kleine dingen, de reacties die je krijgt na een optreden. Dan hoor je wel eens “Tot de volgende keer hé! Ik zal toch twee zakdoeken meebrengen de volgende keer”. Ook wanneer je na je laatste nummer je gitaar neerlegt en hier en daar wat reacties opvangt uit het publiek, dat vind ik fantastisch en daarvoor doe je het ook.”

Is dat belangrijker voor jou dan wat de pers schrijft?

Biezen: “De pers plaveit de weg naar optredens en daar moeten we tenslotte van leven. Ik heb geen schrik voor wat ze gaan schrijven. Uiteindelijk weet ik één ding: ik wil zo eerlijk mogelijk zijn, zonder opgeklopt gedoe. Het is een eerlijke plaat en ik wil ook voor de mensen én de pers eerlijk optreden. Dus als er iemand een optreden of een bepaald nummer niet goed vindt, dan moet dat ook geschreven worden. Een artiest moet daar sowieso rekening mee houden. Ik heb eigenlijk nog nooit iets laten schrappen. Wat er is, is er. En soms is dat hard, maar dan is dat maar zo.”

Religie komt ook wel vaak terug op de plaat. In welke mate ben je zelf gelovig?

Biezen: “Ik ben heel gelovig, maar niet in een religie. Ik heb er zelfs heel veel schrik van om van gedachte ergens gebonden te worden. Dat is hetzelfde met kunst en muziek. Als er regels worden gezet dan is de beperking er al. De macht die die religies willen hebben over de mensen, dat is echt wel een groot probleem aan het worden. En zeker mensen die hulpbehoevend zijn, die grijpen nogal makkelijk naar religie of iets waar ze zich veilig onder voelen. Dat daar dan misbruik van wordt gemaakt, daar heb ik het moeilijk mee. Het is wereldwijd een groot probleem. Pas op, dit is geen protestplaat. Veel eerder een gevoelsplaat. We hebben allemaal dezelfde levensloop, er is nog niemand blijven leven. We maken ook allemaal dezelfde dingen mee. Ik denk niet dat je te biecht moet gaan bij iemand, maar eerder bij jezelf. Dus in dat opzicht gelovig? Ja. Maar niet in iets of iemand.”

Je bent op korte tijd twee van je beste vrienden verloren. Heeft dit je visie op het leven veranderd?

Biezen: “Niet alleen mijn vrienden zijn verdwenen. Mijn hele fabriek is ontploft. We waren nummers aan het maken voor een theatertour om ons 25 jaar te vieren. We gingen een goeie zomer hebben, een nationaal zangfeest houden. Dat viel volledig weg. Ik heb mijn leven, ook financieel, moeten heropbouwen. De dood van Luc was niet alleen puur vriendschappelijk ingrijpend, ik had er ook een professionele band mee. Wij hebben samen onze jongensdroom waargemaakt. We apprecieerden elkaar om wat we deden in ons vak en net wanneer we eindelijk begonnen te weten hoe we het moesten doen, is hij weg. Ik was perfect gelukkig met wat we deden. Ook al dachten veel mensen misschien dat hij alles maakte en schreef, want als bassist sta je op het podium maar aan de zijkant, we deden dat samen. Dus, ja, dat verandert alles op een ingrijpende manier. En da’s niet tof op je 53e, want dan zou je het net wat rustiger aan moeten kunnen doen. We zaten goed, wat kon er nog mislopen? De school werkte, de producties werkten, ik kon mijn eigen ding doen voor theater … Ik doe het nog steeds, maar het is wel compleet veranderd. Niet alleen mijn denkwijze, maar vooral hoe het nu verder moet.”

Mag ik deze plaat nog een verwerkingsplaat noemen?

Biezen: “Die single “Too Short a Lifetime” was een verwerkingsnummer. Als muzikant heb je nood om zoiets naar buiten te brengen maar daarvoor moet het geen plaats krijgen op mijn “debuutplaat”. Debuutplaat … Het is een beetje raar om het zo te noemen. Ik ben 53 jaar en plots zou ik mijn debuutplaat hebben. Dat klopt dus niet echt, maar het heeft misschien ook zijn voordelen om het zo te noemen, dan word ik misschien sneller aanvaard bij die jonge gasten (lacht).

“Nu, er staan nu ook wel nog nummers op van de eerste weken na Lucs dood maar het is zeker geen verwerkingsplaat. Dat heb ik er proberen afhouden en dat is me gelukt. “Closer to the end of sound”, “Rainy Teardrops” en “Howling Wolf” zijn voor een stuk wel verwerkingsnummers en “Hanging In” is ook wel een schijf uit die periode maar daar zitten meerdere insteken in. “Joker Dance” gaat dan weer over Dendermonde, over het alcoholmisbruik in de provinciesteden.”

De plaat gaat dus veel breder?

Biezen: “Zeker en vast. Er zijn nummers zoals “Hiding from the Sun” die over religie gaan, over Jeruzalem, een zotte stad waar drie wereldgodsdiensten tegen dezelfde muur aankijken. Ook de vluchtelingenproblematiek komt aan bod. Op dat moment in je leven ben je zeer ontvankelijk voor zaken die rondom je gebeuren. Je valt als het ware een kamer binnen waar het licht uitvalt. Heel stilletjes aan komt er terug licht in de duisternis, maar dat heeft tijd nodig. Dat gaat traag. we zijn nog altijd aan het bouwen op dit moment. Maar ik ben wel al tevreden met waar ik nu geraakt ben. In dat opzicht is het wel voor een stuk verwerking geweest. Met deze plaat ben ik er uitgekropen. Maar het was een noodzaak! Ik heb deze plaat niet specifiek gemaakt om het te kunnen verwerken. Ik ben muzikant, ik kan blijven wachten aan de telefoon, maar wie ging mij bellen? Dat wou ik mezelf niet aandoen. Ik heb altijd alles laten vallen voor muziek. Muziek kwam altijd op de eerste plaats en die staat er nu nog steeds. Het is een houvast in mijn leven.”

Hoe ziet de toekomst er nog uit voor jou? Zijn er nog concrete projecten?

Biezen: “Ik hoop dat ik een goeie zomer tegemoet ga of een zomer ga beleven die me weer doet verder denken en kijken dan waar ik nu zit. Ik heb nu mijn product. Ik heb een start waar ik heel tevreden mee ben. Ik wil daar nu mee naar buiten komen en van ’s morgens tot ’s avonds spelen.

“De festivals roepen. Ik heb een goeie band, fantastische muzikanten met een ongelofelijke blazerssectie die een eigen kleur heeft. Sommige nummers worden ondergedompeld in een blauwe waas. De baritone zorgt voor die iets donkere, duistere ondertoon. En dan wordt het nog afgewerkt met al die kleine geluidjes en samples. Het sfeertje zit goed en ik heb er goesting in!”

Foto: Geert Bonne


Julie Herreman