1
Posted by Stephanie in Interviews
 
 

Love Like Birds: ‘Ik ben zelf ook wat rustiger als niet alle druk op mijn schouders valt’

Na een geweldig huiskamerconcert in Het Magazijn in Kortrijk wist ik gisteren zangeres Elke De Mey van Love Like Birds te strikken voor een kort interview. De jonge Gentse had wat last van een verkoudheid, maar dat weerhield haar prachtige stem er niet van om enkele prangende muziekvragen te beantwoorden.

Als jullie sound beschreven wordt, vallen vaak termen als slaapkamerfolk of fluisterpop uit de kast. Hoe zou je het zelf beschrijven voor iemand die jullie nog nooit gehoord heeft?

Elke: Vroeger zei ik altijd ‘Mijn muziek is als ik met een gitaar’ En voila, zo klinkt het. Maar inderdaad, de nummers zijn gemaakt in mijn slaapkamer en toen die termen de lucht in gestuurd werden, kon ik mij daar wel in vinden. Ik vind het een goede beschrijving.

Je wordt wel vaker vergeleken met een jonge Cat Power. En het is eigenlijk ook niet echt moeilijk om die vergelijking te horen in de nummers. Is Cat Power één van je voorbeelden?

Elke: Cat Power, daarmee ben ik een beetje opgegroeid in het middelbaar. Ik kon me wel vinden in haar manier van zingen en de eerlijkheid en de rauwheid in haar muziek. Vooral haar vroeger werk, ‘The Covers Record’ en ‘Moon Pix’. Voor mij was het ook een kans om zonder les te volgen op mijn gitaar iets te kunnen spelen en mij zo te uiten met de woorden van iemand anders. Ze kan een prachtig nummer maken met maar vier akkoorden. Dat kon ik tenminste spelen. Daarom speelde ik toen heel vaak Cat Power. Als hobby en als uiting van mezelf.

Zijn er nog mensen die je in dat rijtje zou plaatsen?

Elke: In het begin waren daar zeker ook Damien Rice en Sufjan Stevens bij. Gewoon de nummers waarvan ik naar de tabs keek en dacht ‘Yes, er zit een Am in. En een C. En een F en een G kan ik ook al’

Haha, ja, dat zal voor veel beginnende gitaristen herkenbaar zijn. In mei werd ‘Heavy Heart’ uitgeroepen tot seizoenswinnaar van Vi.be On Air. Heeft dat een beetje als springplank gewerkt voor Love Like Birds?

Elke: Ja, zeker. Het is zelfs in dezelfde week dat Studio Brussel en Radio 1 zo een wedstrijd deden. Op Radio 1 met een ander nummer dan nog. En dat is zeker een springplank geweest. Als je op de radio komt, bereik je nog zoveel meer mensen dan het netwerk waar je zelf in vertoeft. Dus is ben heel blij dat ik daar uit gekozen was.

En dan sta je als prille twintiger plots voor het grote publiek. Het klinkt allemaal wat als een rollercoaster… Hoe heb je die grote sprong beleefd?

Elke: Goh, die grote sprong viel eigenlijk goed mee. Het kwam op de radio en dan rolde dat op zichzelf wel wat verder. Dat breidde zelf wat uit zonder dat ik daar meteen mee in contact kwam. Het is niet zo dat er plots honderd mensen aan mijn deur stonden of dat ik werd lastig gevallen. Ik heb heel mooie optredens gekregen en waarschijnlijk mooiere dan daarvoor. En iets grotere, iets meer kansen. Maar het is allemaal heel erg gemoedelijk verlopen en daar ben ik heel blij om. Ik heb mij langzaamaan kunnen aanpassen.

Wat is voor jou persoonlijk het grote verschil tussen de Elke De Mey-versie van Love Like Birds en de full band-versie? Verandert dat gegeven de dynamiek en de beleving van de nummers?

Elke: Vroeger heb ik alleen gespeeld en nu vraag ik er eigenlijk altijd vrienden bij. Als de ene niet kan, dan probeer ik iemand anders te zoeken. Het is leuker. Er kan meer dynamiek op het podium gebracht worden. Ik kan het ook breder maken dan alleen ik en mijn gitaar. Dan ben ik zelf ook wat rustiger, omdat niet alle druk op mijn schouders valt. Anders sta je daar helemaal alleen en iedereen kijkt naar jou.

Je hebt al een aantal grotere zalen gespeeld, op een aantal festivalpodia je ding gedaan… En dan blijf je ook dit soort intiemere concertjes spelen. Wat is het leukst om te doen?

Elke: Hmm, hoe kan ik dat democratisch beantwoorden? Ik vind dit ook echt super. Zo een huiskamer. Het is gezellig. Je hoort de regen op het dak. Iedereen is stil. Er zijn gezellige lampjes. Je hebt net eten gekregen van de mama. Iedereen zit neer. Heel fijn. En dan zijn er ook festivals die heel gezellig zijn. Rustige festivals, waar iedereen houdt van muziek en naar vanalles komt kijken. Ik heb geen supergrote festivals gedaan, want mijn muziek is ook niet supergroot. Ik heb ook nog niet echt een festivalsetting gecreëerd op een podium. Ik weet nog niet goed dat moet. Het is ook totaal anders, in een living spelen of op een festival. Daar heb ik nog niet zoveel ervaring mee. Het hangt gewoon van zoveel factoren af. Alles kan leuk zijn en alles kan wat tegenvallen.

Wat was een van de leukste herinneringen? Een optreden waarvan je zelf zegt ‘Dat was nu eens een topavond’?

Elke: Dat zijn er heel veel. Vanavond was bijvoorbeeld super. En dan denk ik ook meteen verder in de richting van huiskamerconcerten. We hebben een ander huiskamerconcert gespeeld met zicht op een heel grote tuin met een boomhut en hele lieve kinderen. Dat is ook het leuke aan huiskamers. Je komt warme mensen tegen. Boomtown was ook erg leuk. Daar hadden we de ganse zaal in de Handelsbeurs vol gekregen. Om te zien dat je in je eigen stad een clubje volk bijeen kan krijgen, dat doet deugd.

Je bent zelf voor een stuk via vi.be opgepikt als nieuwkomer. Daarom misschien als afsluiter: welke nieuwe bands/artiesten moeten onze lezers zeker ontdekken?

Elke: Ze moeten zeker Douglas Firs eens opzoeken, maar dat zullen ze waarschijnlijk al wel kennen. Imaginary Family vind ik ook heel goed. En Oh Burgundy. Een van de twee zangers van die band is ook de zanger van Oscar and the Wolf. Dat is een zusterproject van hem.

Oké, dat zullen we hen meegeven.

Zo, jullie weten ook weer wat je te doen staat.

Auteur: Stephanie Demasure


Stephanie